ECLI:NL:CRVB:2002:AE8039
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding asbestblootstelling machinist Koninklijke Marine na longcarcinoom
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Defensie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over de schadevergoeding aan de erfgenaam van een overleden machinist die langdurig aan asbest was blootgesteld tijdens zijn dienst bij de Koninklijke Marine. De machinist overleed in 1995 aan een longcarcinoom, waarvan het verband met asbestblootstelling door een deskundigenrapport was vastgesteld.
De rechtbank had de immateriële schadevergoeding vastgesteld op f 20.833,- (€ 9.453,65), waarbij rekening was gehouden met een gedeeltelijke toerekening van de schade aan het tabaksgebruik van de machinist. De Staatssecretaris stelde dat slechts 50% van de schade aan hem toe te rekenen was op basis van epidemiologische gegevens.
De Raad oordeelt dat de toerekening aan het tabaksgebruik onvoldoende is onderbouwd en dat het niet aannemelijk is dat de schade ook zonder asbestblootstelling zou zijn ontstaan. Daarom stelt de Raad de immateriële schadevergoeding vast op 20% van het maximumbedrag van f 90.000,- (€ 40.840,40), zijnde € 8.168,08. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op €8.168,08 en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van rente en proceskosten.