ECLI:NL:CRVB:2002:AE8204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling karakter brief inzake arbeidstherapeutisch werk en besluitbegrip Awb
Gedaagde, een vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek en er werd een voorlopig reïntegratieplan opgesteld door zijn werkgever. De arbeidsdeskundige adviseerde dat vervangend werk bij een andere firma op arbeidstherapeutische basis passend was, maar dit werk werd niet als een aanbod met loonwaarde beschouwd. De brief van 7 juli 1998, waarin dit advies werd gegeven, werd door appellant (UWV) niet als een besluit aangemerkt, waardoor bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank stelde echter dat de brief wel als besluit moest worden gezien en dat het besluit onbevoegd was genomen, waardoor het vernietigd werd. In hoger beroep handhaafde het UWV haar standpunt dat de brief slechts een advies was en geen besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief inderdaad geen besluit is, mede gezien de inhoud en context van het reïntegratieplan en de adviesaanvraag.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Hiermee is bevestigd dat niet elk advies of communicatie van het UWV een besluit in de zin van de Awb is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond omdat de brief van 7 juli 1998 geen besluit is in de zin van de Awb.