ECLI:NL:CRVB:2002:AE8232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aflossingsbedrag bijzondere bijstand wegens onjuiste beslagvrije voet
Appellante en haar echtgenoot ontvingen bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening met een vastgesteld aflossingsbedrag. Gedaagde stelde het aflossingsbedrag vast op basis van de beslagvrije voet zoals bedoeld in artikel 475d, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wat volgens de Raad onjuist was.
De Raad stelde vast dat appellanten echtgenoten zijn en dat de beslagvrije voet moet worden bepaald aan de hand van artikel 475d, eerste lid, aanhef en onder a, Rv, waarbij de leefvorm bepalend is en niet de bijstandsnorm. De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard wegens strijd met het verbod van reformatio in peius, maar had de beslagvrije voet juist toegepast volgens gedaagde.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in strijd met de wet is genomen en vernietigde het besluit van 4 februari 1999 en het nadere besluit van 15 november 1999. Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit over het aflossingsbedrag wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de beslagvrije voet.