ECLI:NL:CRVB:2002:AE8257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verband tussen vaatlijden en militaire dienst bij appellant
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin werd geoordeeld dat er geen verband bestaat tussen zijn vaatlijden en heupklachten en zijn militaire dienst. De zaak betrof de toepassing van de Algemene militaire pensioenwet.
De Raad baseerde zich op medische gegevens, waaronder een rapport van een vaatchirurg en een milieudeskundige. Hoewel appellant stelde dat blootstelling aan DDT de kans op psychische en hart- en vaatziekten kan vergroten, vond de Raad dit niet overtuigend. De medische gegevens toonden geen relatie tussen het vaatlijden en het werken met DDT-bepoederde dekens, en ook geen medische onderbouwing voor de heupklachten.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep had afgewezen en bevestigde de uitspraak. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen verband is tussen het vaatlijden en de heupklachten van appellant en zijn militaire dienst en wijst het beroep af.