ECLI:NL:CRVB:2002:AE8381
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit intrekking periodieke uitkering en toekenning maximale toeslag burger-oorlogsslachtoffers
Eiser, erkend burger-oorlogsslachtoffer, verzocht in februari 1999 om beëindiging van zijn periodieke uitkering en toekenning van de maximale toeslag op grond van artikel 19 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster trok daarop de periodieke uitkering met ingang van 1 februari 1999 in en kende de maximale toeslag toe per die datum. Een eerdere aanvraag voor terugwerkende kracht werd afgewezen.
Eiser stelde dat hij vooraf niet voldoende was geïnformeerd over de financiële consequenties en mogelijkheden, zeker na defiscalisering van de toeslag in 1998, en dat het besluit daarom onredelijk was. De Raad overwoog dat de vaste gedragslijn van verweerster, waarbij de ingangsdatum van de toeslag gelijk is aan die van de periodieke uitkering indien binnen zes weken na definitieve vaststelling wordt gekozen, niet onredelijk is.
Omdat eiser na deze termijn pas een verzoek indiende, geldt de ingangsdatum van de maand van de aanvraag. Onbekendheid met wettelijke mogelijkheden vormt geen grond om van deze gedragslijn af te wijken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de periodieke uitkering en toekenning van de maximale toeslag wordt ongegrond verklaard.