ECLI:NL:CRVB:2002:AE8717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking medisch adviseur bij verzekeringsmaatschappij
De zaak betreft de vraag of eiser, werkzaam als medisch adviseur voor verzekeringsmaatschappijen, verplicht verzekerd is op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten. De rechtbank Haarlem oordeelde dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond omdat een gezagsverhouding ontbrak. De Raad van Bestuur van het UWV, opvolger van het LISV, ging hiertegen in hoger beroep.
Eiser verrichtte advieswerkzaamheden op eigen inzicht en deskundigheid, zonder bindende instructies van de verzekeringsmaatschappij. Zijn werkzaamheden waren medisch van aard en werden deels vanuit zijn eigen praktijk georganiseerd. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het ontbreken van aanwijzingen voor een gezagsverhouding doorslaggevend was.
Ook het subsidiaire standpunt dat de werkzaamheden onvoldoende aansluiten bij de zelfstandige beroepsuitoefening van eiser werd verworpen. De Raad concludeerde dat de advieswerkzaamheden in het verlengde liggen van het zelfstandig medisch beroep van eiser. Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Daarnaast werd appellant veroordeeld in de proceskosten en opgelegd een griffierecht te betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat geen dienstbetrekking bestaat.