ECLI:NL:CRVB:2002:AE8888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens verjaring blootstelling DDT tijdens militaire dienst
Appellant heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend wegens blootstelling aan DDT tijdens zijn militaire dienst in de periode 1973 tot ongeveer 1983. Hij diende deze vordering pas in op 16 maart 1998. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat de vordering verjaard was, omdat appellant al in 1990 op de hoogte was van het verband tussen zijn klachten en de blootstelling aan DDT.
De Raad voor de Rechtspraak bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellant al in de jaren 1975 tot 1983 zijn klachten aan zijn huisarts en legerartsen heeft voorgelegd en dat hij in 1988 maatregelen nam om schadelijke gevolgen te voorkomen. Dit betekent dat de verjaringstermijn van vijf jaar, zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie, was verstreken voordat appellant zijn vordering indiende.
De Raad benadrukt dat het ontbreken van absolute zekerheid over de schadelijke gevolgen en het gebrek aan gehoor bij legerartsen appellant niet verhinderde om tijdig een verzoek om schadevergoeding in te dienen. De Raad ziet geen gronden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens blootstelling aan DDT wordt afgewezen wegens verjaring.