ECLI:NL:CRVB:2002:AE8890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking weduwnaarspensioen en nabestaandenuitkering wegens onrechtmatige toekenning
De Sociale Verzekeringsbank (appellant) had het weduwnaarspensioen en de nabestaandenuitkering aan gedaagde ingetrokken omdat hij niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde van 40 jaar op het moment van overlijden van zijn echtgenote. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat gedaagde niet had kunnen onderkennen dat het pensioen ten onrechte was toegekend.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat gedaagde bij lezing van het toekenningsbesluit had kunnen begrijpen dat er een fout was gemaakt, omdat in het besluit stond dat hij 40 jaar was op het moment van overlijden, terwijl hij deze leeftijd pas een maand later bereikte. Gedaagde had informatie kunnen inwinnen bij de Sociale Verzekeringsbank als hij twijfels had.
De Raad bevestigt dat gedaagde vanaf 1 juli 1996 geen recht had op een nabestaandenuitkering ingevolge de Anw, omdat zijn echtgenote niet verzekerd was volgens die wet. De Raad acht het beleid van appellant om terugwerkende intrekking te beperken in lijn met rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de intrekking van het weduwnaarspensioen en de nabestaandenuitkering betreft en verklaart het beroep ongegrond. De rest van het vonnis wordt bevestigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De intrekking van het weduwnaarspensioen en de nabestaandenuitkering wordt bevestigd omdat gedaagde de fout had kunnen onderkennen.