ECLI:NL:CRVB:2002:AE8946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor in Marokko verblijvende kinderen wegens ontbreken tweede huishouden en onvoldoende onderhoud
Appellant, woonachtig in Nederland en met drie kinderen in Marokko, verzocht om kinderbijslag over het eerste tot en met derde kwartaal van 1998. De Sociale Verzekeringsbank weigerde dit omdat niet ondubbelzinnig was vastgesteld dat appellant een tweede huishouden vormde met zijn gezin in Marokko en hij onvoldoende had bijgedragen aan het onderhoud van de kinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de omstandigheden, waaronder tegenstrijdige verklaringen van mevrouw [vrouw 1] en het feit dat zij meerdere malen de echtelijke woning verliet, niet bewezen dat appellant een tweede huishouden had. Ook was onvoldoende aangetoond dat appellant voldoende had bijgedragen aan het onderhoud.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat uit de stukken niet blijkt dat appellant naast zijn huishouden in Nederland ook een tweede huishouden had in Marokko. Daarnaast was appellant niet in staat om op een controleerbare wijze aan te tonen dat hij de onderhoudsbijdrage had voldaan.
De Raad bevestigde daarom de weigering van kinderbijslag voor de drie in Marokko verblijvende kinderen over de betreffende kwartalen. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een tweede huishouden en onvoldoende onderhoud.