ECLI:NL:CRVB:2002:AE9295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over medische besluitenregeling WAO en terugverwijzing
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een werkgever over de toekenning van een WAO-uitkering aan een werkneemster met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. De werkgever maakte bezwaar tegen het besluit, maar kon vanwege de medische besluitenregeling (artikel 88c WAO) alleen via een arts-gemachtigde de medische gegevens inzien. De rechtbank Utrecht vernietigde het besluit van het Uwv wegens onvoldoende motivering en schending van het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro.
In hoger beroep betwistte het Uwv deze interpretatie en stelde dat de medische besluitenregeling niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat de regeling voldoende rechtsbescherming biedt. De Centrale Raad oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro alleen ziet op rechterlijke procedures en niet op bestuursorganen, waardoor het Uwv niet verplicht is af te wijken van de medische besluitenregeling bij bezwaar.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv voorwaardelijk in de proceskosten van de werkgever in hoger beroep, begroot op € 644,-. Hiermee werd bevestigd dat de medische besluitenregeling rechtsgeldig is, maar dat de rechtbank alsnog inhoudelijk moet oordelen over het besluit.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke beoordeling met een voorwaardelijke proceskostenveroordeling.