ECLI:NL:CRVB:2002:AE9319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens loondoorbetalingsplicht werkgever
Appellante was werkzaam bij een kwekerij op basis van een uitzendovereenkomst en meldde zich ziek vanaf 8 mei 2000. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde haar een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat haar werkgever volgens artikel 7:629 BW Pro verplicht is tot loondoorbetaling gedurende ziekte.
De werkgever is aangesloten bij de NBBU en de NBBU-CAO is van toepassing, waarin een uitzend-fasensysteem is opgenomen. Appellante was ingedeeld in fase 3, waarbij het reguliere arbeidsovereenkomstenrecht van toepassing is, met uitzondering van artikel 7:668a BW. Dit betekent dat de loondoorbetalingsplicht van de werkgever geldt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen de weigering ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante zich voor haar loondoorbetaling en eventuele ziekengelduitkering tot haar werkgever moet wenden, aangezien de werkgever verplicht is het loon door te betalen voor een periode van 52 weken.
De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.