ECLI:NL:CRVB:2002:AE9793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van medische en arbeidskundige rapporten
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van de WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15 tot 25%, later verhoogd naar 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een aanvullend arbeidskundig rapport laten opstellen, waarop appellant en gedaagde hebben gereageerd. Medisch deskundigen concludeerden dat appellant naast rug- en gewrichtsklachten ook leed aan een spastisch colonsyndroom, maar dat deze klachten niet zodanig waren dat appellant volledig arbeidsongeschikt was.
Arbeidskundig werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor drie functies, waarvoor een LBO-diploma vereist is, een eis die appellant met zijn Mulo-A diploma voldoende vervult. De vergelijking van het maatmaninkomen met het loon in deze functies leidde tot een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, waarop de uitkering terecht is gebaseerd.
De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% wordt bevestigd.