ECLI:NL:CRVB:2002:AE9808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatigverklaring niet betalen AOW-premie over 1995 en 1997
Appellante werd door de Sociale Verzekeringsbank schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van de verschuldigde AOW-premie over de jaren 1995 en 1997. Dit volgde op verzoeken van de belastingdienst en ambtshalve aanslagen over eerdere jaren. Appellante voerde aan dat over 1995 en 1997 geen ambtshalve aanslagen waren opgelegd, maar dat zij aangifte had gedaan, waardoor de SVB haar betalingscapaciteit had moeten beoordelen.
De Raad stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de vraag of het niet betalen van de premie appellante kon worden toegerekend. Volgens artikel 18, tweede lid, van de Wet financiering volksverzekeringen geldt schuldige nalatigheid tenzij de betrokkene kan aantonen dat het niet betalen niet aan hem kan worden toegerekend. Appellante heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die dit konden onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellante reeds in 1996 bewust had gekozen om betaling uit te stellen en geen bedragen te reserveren, ondanks dat zij wist dat zij belasting en premie verschuldigd was over ontvangen bedragen van haar ex-echtgenoot. Dit maakte dat het niet betalen haar wel degelijk kan worden toegerekend.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad kende geen vergoeding van proceskosten toe.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schuldig nalatigverklaring blijft in stand.