ECLI:NL:CRVB:2002:AF0212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid gemeente bij aanvraag Ioaw-uitkering na doorzending
Appellant had een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) bij de gemeente waar hij stond ingeschreven, maar verbleef feitelijk elders. De gemeente waar appellant stond ingeschreven wees de aanvraag af en zond deze door naar de gemeente waar appellant feitelijk verbleef. Deze gemeente kende vervolgens de uitkering toe.
Appellant maakte bezwaar tegen de afwijzing door de eerste gemeente, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant financieel gezien had gekregen wat hij beoogde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat slechts één gemeentebestuur bevoegd is om een Ioaw-aanvraag over eenzelfde tijdvak inhoudelijk te beoordelen en dat het besluit van de gemeente die de uitkering toekent, rechtens onaantastbaar wordt als daartegen geen bezwaar wordt gemaakt.
De Raad merkt op dat het niet gebruikelijk is dat een gemeente die een aanvraag doorzendt, ook een inhoudelijk afwijzend besluit neemt. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Bezwaarschrift tegen afwijzing Ioaw-aanvraag door gemeente Heusden is niet-ontvankelijk verklaard en eerdere uitspraak bevestigd.