ECLI:NL:CRVB:2002:AF1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering na formele nalatigheid UWV
De zaak betreft een geschil tussen het UWV en een verzekerde over de herbeoordeling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO. Het UWV had een besluit genomen waarbij de uitkering, berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, ongewijzigd werd voortgezet. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de herbeoordeling niet binnen de wettelijke termijn van een jaar na aanvang van de uitkering had plaatsgevonden.
In hoger beroep erkent de Centrale Raad van Beroep de formele tekortkoming van het UWV, maar beoordeelt tevens het inhoudelijke geschilpunt of de verzekerde geschikt was om zijn eigen werk te hervatten. Uit medische en arbeidsdeskundige rapporten blijkt dat de verzekerde vanwege psychische beperkingen ongeschikt was voor zijn functie en ook niet geschikt werd geacht voor andere functies die aan zijn beperkingen voldeden.
De Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld door niet op het inhoudelijke bezwaar in te gaan. Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. De verzekerde was op het moment van herbeoordeling volledig arbeidsongeschikt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand wegens ongeschiktheid van gedaagde voor zijn werk.