ECLI:NL:CRVB:2002:AF1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over wettelijke rente bij toekenning AAW-uitkering met terugwerkende kracht
De zaak betreft een geschil over de toekenning van wettelijke rente bij een met terugwerkende kracht toegekende uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De erven van de overledene vorderden wettelijke rente vanaf 1 februari 1985, terwijl het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) rente toekende vanaf 1 december 1996.
De rechtbank had eerder het beroep van appellanten ongegrond verklaard, waarbij zij berustten in de uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het geschil uitsluitend ging over de periode waarover wettelijke rente verschuldigd is. De rechtbank was uitgegaan van een onjuiste feitelijke grondslag door de renteperiode te koppelen aan een datum van intrekking of verlaging van de uitkering, terwijl het hier ging om een toekenningsbesluit.
De Raad benadrukte dat berusting in een uitspraak uitvoering vereist, ook als die onjuist is, maar dat dit niet leidt tot toekenning van rente vanaf een eerdere datum dan 1 december 1996. De uitspraak van de rechtbank gaf geen concrete datum voor rentevordering, en de formule voor rentevaststelling was niet van toepassing omdat er geen intrekking of verlaging was geweest.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Hiermee blijft de rentevergoeding beperkt tot de periode vanaf 1 december 1996, de datum waarop het toekenningsbesluit onrechtmatig was geworden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat wettelijke rente bij toekenning van een AAW-uitkering met terugwerkende kracht pas verschuldigd is vanaf 1 december 1996.