ECLI:NL:CRVB:2002:AF1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Th. Wolleswinkel
- F. P. Dresselhuys-Doeleman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling OV-schuld wegens niet tijdig inleveren studentenkaart
Appellant betwistte de vaststelling van een schuld wegens het niet tijdig inleveren van de OV-studentenkaart over 1998 en 1999. De hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep had deze schuld vastgesteld en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet opnieuw een OV-studentenkaart had ontvangen na de eerste in 1998 en dat de schuld niet volledig voor zijn rekening zou moeten komen, omdat gedaagde op de hoogte was van een opleidingwijziging. Tevens voerde appellant aan dat de opgelegde boete niet in verhouding stond tot het delict.
De Raad oordeelde dat appellant ook in 1999 een OV-studentenkaart had ontvangen die niet tijdig werd ingeleverd. De schuld is dan ook terecht vastgesteld volgens artikel 32f, derde lid, van de Wet op de studiefinanciering (WSF). De Raad bevestigde dat de OV-schuld geen boete of punitieve sanctie is, maar reparatoir van aard, waardoor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet aan de orde is.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De vastgestelde schuld blijft onverkort gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde OV-schuld blijft gehandhaafd.