ECLI:NL:CRVB:2002:AF1837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewoning voormalige dienstwoning en bestuursrechtelijke bevoegdheid
Gedaagde, voormalig burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, bewoont sinds 1996 een voormalige dienstwoning die hem uit billijkheidsoverwegingen is toegewezen. Appellant, de Commandant Nationaal Commando, verzocht gedaagde de woning te verlaten omdat deze gesloopt zal worden. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem oordeelde dat het schrijven van appellant geen bestuursrechtelijk besluit was en dat de vordering tot ontruiming afgewezen moest worden.
Appellant startte een civiele procedure om ontruiming af te dwingen, maar de rechtbank bepaalde dat er sprake was van een bruikleenovereenkomst beheerst door burgerlijk recht. De civiele procedure loopt nog en partijen gaan ervan uit dat het geschil langs civielrechtelijke weg wordt afgewikkeld. Appellant stelde desondanks hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep om duidelijkheid te verkrijgen over de rechtsgang bij beëindiging van gebruik van voormalige dienstwoningen.
De Raad oordeelt dat appellant in dit concrete geschil geen belang meer heeft bij een bestuursrechtelijk oordeel, nu de civiele procedure loopt en appellant zich daarbij heeft neergelegd. Het verzoek om een principieel oordeel over andere gevallen is onvoldoende voor procesbelang. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.