ECLI:NL:CRVB:2002:AF2163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen correctie- en boetenota's door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellante tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat het bezwaar van appellante tegen correctie- en boetenota's ongegrond heeft verklaard. De correcties betroffen premielonen over de jaren 1994 tot en met 1997, die door de belastingdienst waren vastgesteld. Appellante, vertegenwoordigd door haar belastingadviseur, heeft betoogd dat de correcties onterecht waren, omdat de werknemer in kwestie wel degelijk was verantwoord in de loonadministratie en premies waren ingehouden en afgedragen. De belastingdienst had de naheffingsaanslagen die betrekking hadden op deze werknemer verminderd tot nihil, wat volgens appellante een belangrijke aanwijzing was dat de correcties van het Uwv niet klopten.
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het Uwv zich bij de vaststelling van de correctie van het premieloon uitsluitend had gebaseerd op de bevindingen van de fiscus, zonder zelf een feitenonderzoek in te stellen. Dit leidde tot de conclusie dat de vaststelling van de correctie niet deugdelijke motivering had, vooral gezien de wijziging van het standpunt van de fiscus. De Raad oordeelde dat het opleggen van de correctie in strijd was met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat ook de opgelegde boete niet voldoende onderbouwd maakte.
De Raad heeft het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd en bepaald dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens is het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante, die zijn begroot op € 1.288,--, en moet het Uwv het door appellante gestorte griffierecht van € 510,50 vergoeden.