Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2002:AF2353

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/4823 AAW/WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:3 AwbArt. 2:5 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige griffierechtbetaling

In deze zaak was opposant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. De Raad van Beroep had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.

De Raad oordeelde dat het dossier in het ongerede was geraakt en dat verder onderzoek naar de tijdige betaling van het griffierecht weinig resultaat zou opleveren, mede gezien het tijdsverloop. Daarom werd het verzet gegrond verklaard op grond van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 Awb Pro, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Daarnaast werd overwogen dat er geen gronden waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter T.L. de Vries en griffier J.J.B. van der Putten op 6 december 2002.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-tijdige betaling van griffierecht is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
98/4823 AAW/WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Spanje, opposant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoerings-organisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder geopposeerde tevens verstaan het Lisv dan wel de rechtsvoorganger, zijnde in dit geval het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid.
Namens opposant heeft J.P. van Woerkom, werkzaam als algemeen secretaris bij de Union Iberica te Rotterdam, hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ´s-Gravenhage op 20 mei 1998 tussen partijen gegeven uitspraak
Bij uitspraak van 27 augustus 1999 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft voldaan.
Tegen deze uitspraak is door voornoemde gemachtigde verzet gedaan.
Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht opposant over het verzet te horen.
II. MOTIVERING
Nu het dossier bij de Raad in het ongerede is geraakt en, mede gelet op het tijdsverloop, onderzoek omtrent de tijdige betaling van het griffierecht naar verwachting weinig resultaat zal opleveren, dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb gegrond te worden verklaard. Gegeven het bepaalde in het zevende lid van laatstbedoeld artikel vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. T.L. de Vries als voorzitter in tegenwoordigheid van J.J.B. van der Putten als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 december 2002.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) J.J.B. van der Putten.
RG