ECLI:NL:CRVB:2002:AF2353
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- T.L. de Vries
- J.J.B. van der Putten
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige griffierechtbetaling
In deze zaak was opposant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. De Raad van Beroep had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.
De Raad oordeelde dat het dossier in het ongerede was geraakt en dat verder onderzoek naar de tijdige betaling van het griffierecht weinig resultaat zou opleveren, mede gezien het tijdsverloop. Daarom werd het verzet gegrond verklaard op grond van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 Awb Pro, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Daarnaast werd overwogen dat er geen gronden waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter T.L. de Vries en griffier J.J.B. van der Putten op 6 december 2002.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-tijdige betaling van griffierecht is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.