ECLI:NL:CRVB:2002:AF2570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar na onherroepelijke veroordeling tot gevangenisstraf
Appellant, werkzaam als assistent beheerder van een sporthal bij de gemeente, is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, wegens ontucht met een minderjarige. Op grond van deze onherroepelijke veroordeling verleende de gemeente hem ontslag volgens artikel 8:7 CAR Pro/UWO.
Appellant stelde in hoger beroep dat het bestuursorgaan onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende informatie te hebben bij de kennisgeving van het voornemen tot ontslag en onvoldoende rekening te houden met deskundigenverklaringen over recidivekans en noodzaak van werkbehoud. Tevens voerde hij aan dat herplaatsing niet voldoende was onderzocht.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd was tot ontslag en dat de besluitvorming niet onzorgvuldig was, aangezien voldoende informatie aanwezig was bij aanvang. De verklaringen van deskundigen en reclassering waren meegewogen, maar het belang van het publieke vertrouwen en de aard van de functie rechtvaardigden het ontslag. Herplaatsing was niet mogelijk binnen het gezagsbereik van de gemeente.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant bevestigd.