ECLI:NL:CRVB:2002:AF3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurdersaansprakelijkheid voor sociale verzekeringspremies en boetes
De zaak betreft de aansprakelijkheid van gedaagden als bestuurders van een vennootschap naar Engels recht voor premies en boetes op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) over de jaren 1992 tot en met 1995. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), trad in de procedure in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv).
De rechtbank Dordrecht had de besluiten van appellant vernietigd omdat zij oordeelde dat appellant onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke rol van de vader van een van de gedaagden, die volgens gedaagden de feitelijke bestuurder was. De rechtbank stelde dat gedaagden terecht aansprakelijk waren, maar dat zij niet voldoende gelegenheid hadden gekregen om aan te tonen dat de boetes niet aan hen te wijten waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagden als enige bestuurders in het handelsregister stonden ingeschreven en dat appellant niet gehouden is ambtshalve te onderzoeken of anderen aansprakelijk kunnen worden gesteld. Tevens heeft appellant gedaagden voldoende gelegenheid gegeven om zich te disculperen voor de boetes. Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van gedaagden worden ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling blijft in stand.