ECLI:NL:CRVB:2002:AF3212
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit grondslag uitkering wegens onjuiste toeslagberekening
Eiser stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaarschrift tegen een besluit van 30 juni 1998, waarbij hij een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffer 1940-1945 had aangevraagd. Verweerster kende hem bij besluit van 29 juni 1999 een periodieke uitkering toe met een grondslag gebaseerd op het inkomen van zijn beroep als receptionist/receptiemanager, zonder toeslagen mee te rekenen.
Eiser betwistte in beroep de hoogte van de vastgestelde grondslag en stelde dat onterecht geen rekening was gehouden met zondag-, nacht- en kledingtoeslagen zoals bepaald in de CAO Horeca 1991/1993. Verweerster verwees naar een verklaring van een financieel directeur dat het salaris inclusief toeslagen was.
De Raad oordeelde dat de CAO bepalend is en dat eiser terecht in groep VII met 7 functiejaren is ingedeeld. Gezien de CAO en de omstandigheden van eiser, die regelmatig nacht- en zondagdiensten werkte en representatieve kleding droeg, had verweerster rekening moeten houden met de toeslagen. Het beroep tegen het besluit van 29 juni 1999 is gegrond en het besluit wordt vernietigd voor zover het de grondslag betreft. Verweerster moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten van € 644,- en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 29 juni 1999 is gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de vaststelling van de grondslag betreft.