ECLI:NL:CRVB:2002:AF3227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na intrekking door UWV
De zaak betreft een geschil over de intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde door het UWV, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15% vanaf 2 augustus 1999. De rechtbank had het besluit vernietigd en het UWV opgedragen opnieuw te beslissen, maar het UWV ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd, waarbij zij twee functiebestandscodes buiten beschouwing liet zoals ook door het UWV werd erkend. De Raad oordeelde dat de resterende vier functiebestandscodes voldoende realiteitswaarde hadden en dat de functies medisch en arbeidskundig passend waren voor gedaagde.
De Raad concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet was onderschat en dat de gehanteerde reductiefactor passend was. De Raad vond geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het vonnis van de rechtbank, waarbij het beroep van het UWV ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.