ECLI:NL:CRVB:2002:AF3444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J. Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag kinderbijslag bij ontbreken exclusieve opvoedingsrelatie
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor een kind dat sinds september 1998 bij hem woonde. De Sociale Verzekeringsbank weigerde de uitkering omdat appellant niet voldeed aan de opvoedingseis van artikel 7, lid 11, AKW. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat hoewel het juridische gezag bij de ouders lag, dit niet uitsluit dat appellant het kind als een eigen kind kan opvoeden. Dit vereist echter een nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie waarin de pleegouder de plaats van de ouder inneemt. In dit geval was het kind pas kort bij appellant in huis en was er geen duurzaam en bestendig karakter van de opvoedingsrelatie.
Verder bleek dat de moeder nog steeds betrokken was bij de opvoeding en dat het kind inmiddels niet meer bij appellant woonde. Hierdoor was niet voldaan aan de duurzaamheids- en bestendigheidseis en kon het kind niet als pleegkind worden aangemerkt. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beslissingen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag kinderbijslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie.