ECLI:NL:CRVB:2002:AF3601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening suppletie-uitkering na eervol ontslag Surinaamse militair
Appellant, voormalig beroepsmilitair die van de Nederlandse naar de Surinaamse krijgsmacht was overgegaan, werd in 1980 oneervol ontslagen wegens plichtsverzuim na een staatsgreep in Suriname. Dit leidde tot intrekking van zijn reguliere suppletie-uitkering door de Nederlandse overheid, waarna een vervangende uitkering met anticumulatiebepaling werd toegekend.
In 1994 verleende de Surinaamse president appellant alsnog eervol ontslag met terugwerkende kracht, waarna appellant aanspraak maakte op herinvoering van de reguliere suppletie-uitkering zonder anticumulatie. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Defensie afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad oordeelt dat het eerdere besluit van 1981, waarin de vervangende uitkering werd toegekend, onherroepelijk is en dat de gewijzigde ontslaggrond geen nieuw feit vormt dat herziening rechtvaardigt. De anticumulatiebepaling blijft redelijk gezien de gewijzigde omstandigheden en het karakter van de vervangende uitkering.
Appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat zijn situatie niet vergelijkbaar is met die van militairen die na de staatsgreep niet werden ontslagen. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de suppletie-uitkering wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.