ECLI:NL:CRVB:2002:AF3876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van AAW en WAO
Appellant ontving sinds 1981 uitkeringen op grond van de AAW en WAO wegens psychische klachten. Gedaagde stelde bij besluiten de uitkeringen herzien en ingetrokken op basis van inkomsten uit arbeid die appellant zou hebben genoten zonder dit te melden. Een opsporingsrapport stelde dat appellant van 1990 tot 1994 werkzaamheden verrichtte en een auto verkocht voor een hoog bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening van 1995 niet-ontvankelijk, wees het beroep tegen de herziening en intrekking van 1996 af en vernietigde de terugvordering van de uitkeringen over 1994. Appellant stelde hoger beroep in. De Raad oordeelde dat de terugvordering niet kon worden gehandhaafd omdat de inkomsten niet zorgvuldig waren vastgesteld zonder aftrek van kosten.
De Raad bevestigde dat het beroep tegen de herziening van 1995 niet-ontvankelijk was en verklaarde het beroep tegen de intrekking van 1996 niet-ontvankelijk omdat gedaagde dit besluit niet handhaafde. De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 19 november 1996 bleef ongewijzigd. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan appellant vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde vaststelling van inkomsten bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en bevestigt de rechtsbescherming van de uitkeringsgerechtigde tegen onjuiste terugvorderingen.
Uitkomst: De terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen wordt vernietigd, de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid per 19 november 1996 blijft ongewijzigd, en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.