ECLI:NL:CRVB:2002:AF6403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit en ongegrondverklaring beroep tegen nieuw boetebesluit WW
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het boetebesluit van 19 januari 1999 vernietigde. De boete was opgelegd wegens het niet opgeven van werkzaamheden op een uitkeringsdag door de gedaagde.
De rechtbank had het primaire boetebesluit vernietigd omdat de artikelen 3 en 4 van het Boetebesluit Tica volgens haar strijdig waren met artikel 27a, tweede lid, van de Werkloosheidswet (WW). Hierdoor zou de wettelijke basis voor het opleggen van een boete ontbreken.
In hoger beroep stelt het Uwv dat artikel 27a, eerste lid, van de WW wel degelijk een wettelijke basis biedt voor het opleggen van boetes bij het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Het Uwv heeft het boetebesluit aangepast door een lagere boete van f 100,-- op te leggen, conform een Lisv-mededeling en het Boetebesluit socialezekerheidswetten.
De Raad oordeelt dat het gewijzigde boetebesluit van 17 april 2000 voldoet aan de wettelijke eisen en dat het beroep tegen dit besluit ongegrond is. De vernietiging van het primaire boetebesluit wordt bevestigd, maar het nieuwe besluit kan standhouden. Er zijn geen omstandigheden die een verdere verlaging van de boete rechtvaardigen.
Uitkomst: Het primaire boetebesluit wordt vernietigd en het beroep tegen het gewijzigde boetebesluit wordt ongegrond verklaard.