ECLI:NL:CRVB:2002:AI5816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vervoersvoorziening scootmobiel geweigerd wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant vroeg op 27 september 1999 een scootmobiel aan bij de gemeente Veendam op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De GGD Groningen stelde in haar rapporten van november 1999 en maart 2000 vast dat er wel bewegingsbeperkingen waren, maar geen somatische oorzaak kon worden vastgesteld. Op basis hiervan weigerde de gemeente de voorziening toe te kennen. Appellant voerde aan dat hij sinds december 1999 weer een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving en dat mogelijk sprake was van een conversiestoornis of ongedifferentieerde somatoforme stoornis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gemeente een te eng begrip van ziekte of gebrek hanteerde door alleen somatische oorzaken te accepteren. Hierdoor was het besluit in strijd met het motiveringsvereiste van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en kon het niet in stand blijven. De Raad bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook de medische advisering ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering moet worden betrokken.
De Raad wees erop dat dit niet betekent dat appellant automatisch recht heeft op een scootmobiel, maar dat het besluit zorgvuldig en met inachtneming van alle relevante medische gegevens opnieuw moet worden genomen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van een scootmobiel wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen.