ECLI:NL:CRVB:2003:AF3343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit op bezwaar en vergoeding schade bij trage bijstandsverlening
Appellant diende op 6 februari 1997 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat het vermogen van appellant de vermogensgrens overschreed. Na bezwaar handhaafde de gemeente Amsterdam dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de rechtbank. Vervolgens herzag de gemeente het besluit op bezwaar en kende appellant bijstand toe met verrekening van ontvangen giften van familie en kennissen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank ten onrechte alleen het latere besluit van 18 december 1998 had betrokken en niet het eerdere besluit van 18 augustus 1998. De Raad vernietigde het besluit van 18 augustus 1998 wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verder oordeelde de Raad dat de door derden verstrekte gelden terecht als inkomen zijn aangemerkt en verrekend, omdat het hier structurele bijdragen betrof die het levensonderhoud van appellant voorzagen. De Raad erkende dat appellant aanspraak kan maken op schadevergoeding wegens de trage en gebrekkige besluitvorming, maar kon de omvang daarvan niet vaststellen en besloot het onderzoek te heropenen om nadere specificaties van de schade te verkrijgen.
Tot slot veroordeelde de Raad de gemeente Amsterdam tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 18 augustus 1998 wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard; het onderzoek naar schadevergoeding wordt heropend.