ECLI:NL:CRVB:2003:AF4351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAMIL-uitkering wegens niet-zijn van belanghebbende
Appellant, voormalig beroepsofficier en reservist bij de Koninklijke Landmacht, verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL). Zijn aanvraag werd op 3 april 1998 afgewezen en dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd. De rechtbank oordeelde dat appellant niet viel onder het begrip belanghebbende zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onder a, ten tweede, van de WAMIL, omdat hij niet verplicht was tot het reservepersoneel.
Appellant voerde aan dat hij als reservist met een aanstelling voor bepaalde tijd en gezien zijn situatie als vrijwilliger na zijn 45e levensjaar wel degelijk onder de WAMIL zou moeten vallen. De Raad overwoog dat ondanks de restrictieve wettelijke omschrijving en het feit dat de wetgever geen overgangsregeling had getroffen voor oude categorieën reservisten, algemene rechtsbeginselen zoals het rechtszekerheidsbeginsel niet tot een andere beoordeling konden leiden.
De Raad benadrukte dat appellant de mogelijkheid heeft om zijn aanstelling om te zetten in een contract voor bepaalde tijd conform het Algemeen militair ambtenarenreglement, maar dat dit niet heeft plaatsgevonden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAMIL-uitkering wordt bevestigd.