ECLI:NL:CRVB:2003:AF4640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van uitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar AOW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant stelde bezwaar in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin hem een AOW-uitkering van 4% werd toegekend. Hij verzocht om verhoging van het pensioen, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond wegens te late indiening. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij te laat was vanwege ziekte en overhandigde medische verklaringen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt, ook niet als eerdere brieven als bezwaarschrift werden beschouwd. De Raad vond echter dat het bestreden besluit vernietigd moest worden omdat gedaagde nagelaten had appellant te vragen naar de reden van termijnoverschrijding, zoals voorgeschreven in de Awb.
De medische verklaringen toonden lumbago aan, maar dit was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Er was geen bewijs van ziekenhuisopname. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven gehandhaafd. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellant het griffierecht vergoed krijgt.
Uitkomst: De uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.