ECLI:NL:CRVB:2003:AF5068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks bezwaar werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het jaar 1999. De werkgever betwistte de berekening van de premie, omdat deze mede gebaseerd was op een uitkering aan een ex-werkneemster die naar haar mening onvoldoende was onderzocht en waarbij geen arbeidskundig onderzoek was verricht.
De rechtbank Maastricht had het beroep van de werkgever eerder ongegrond verklaard. In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat de medische stukken en rapportages van verzekeringsgeneeskundigen voldoende onderbouwing bieden voor de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. De Raad stelt dat een arbeidskundig onderzoek in dit geval niet noodzakelijk was.
Verder wijst de Raad het beroep af dat het besluit in strijd zou zijn met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel, omdat particuliere verzekeraars het risico van voor 1 januari 1998 ontstane arbeidsongeschiktheid niet dekken. Ook de stelling dat het dagloon te hoog is vastgesteld, wordt niet in behandeling genomen omdat dit pas ter zitting is aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de werkgever in het ongelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor 1999 en wijst het hoger beroep van de werkgever af.