ECLI:NL:CRVB:2003:AF5072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding ondanks uitstel
Appellant maakte bezwaar tegen correctienota's van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over de jaren 1995 tot en met 1998. Na een looncontrole op 11 februari 2000 kreeg appellant telefonisch uitstel tot 1 juli 2000 om bezwaar te maken. Het bezwaar werd echter pas op 24 juni 2000 ingediend, na de wettelijke termijn van zes weken die op 2 juni 2000 verliep.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het uitstel pas na afloop van de termijn was gevraagd en verleend, hetgeen volgens artikel 6:11 Awb Pro niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding leidt. De rechtbank heropende het onderzoek om gedaagde te horen over het uitstel, waarna werd bevestigd dat het uitstel na de termijn was verleend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onverwacht werd geconfronteerd met de niet-ontvankelijkverklaring, terwijl hij met goedvinden van gedaagde later mocht indienen. De Raad oordeelde dat regels over tijdigheid van bezwaar van openbare orde zijn en ambtshalve moeten worden toegepast. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring, omdat geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was gebleken.
De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was heropend en appellant op de hoogte was gesteld van de bevindingen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.