ECLI:NL:CRVB:2003:AF5191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Mandatering bevoegdheid tot instellen hoger beroep in bijstandszaken niet toegestaan
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond inzake een bijstandszaak. Het hoger beroep werd ingesteld door de directeur van de sector sociale zaken, op basis van een mandaatbesluit van 3 maart 1998.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Uit artikel 120, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) volgt dat het instellen van beroep een besluit van het College zelf vereist. Mandatering van deze bevoegdheid aan een gemeenteambtenaar is niet toegestaan, omdat het belang van de te beslissen zaken vereist dat het bestuurlijk college verantwoordelijk blijft.
De Raad constateerde dat de gemeente Weert in strijd met deze wettelijke bepaling de bevoegdheid tot het instellen van hoger beroep had gemandateerd aan de directeur. Hierdoor was de directeur onbevoegd om namens het College hoger beroep in te stellen. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wees het zonder inhoudelijke behandeling af. Tevens werd een griffierecht opgelegd aan de gemeente.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de mandatering van de bevoegdheid tot het instellen van hoger beroep aan een directeur onrechtmatig was.