ECLI:NL:CRVB:2003:AF5505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht en bijzonder geval beoordeling
Appellant was sinds 1975 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering die in de loop der jaren meerdere malen werd herzien. Na een verzoek tot herkeuring in 1991 werden besluiten genomen die de uitkering verhoogden met terugwerkende kracht naar 1985 en 1989, maar deze werden deels vernietigd door de rechtbank wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het bijzonder geval-regime.
De Raad stelde vast dat de herziening van de uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de datum van het verzoek, tenzij sprake is van een bijzonder geval. Zowel rechtbank als Raad oordeelden dat appellant niet in een bijzonder geval verkeerde omdat er geen belemmeringen waren om tijdig een aanvraag in te dienen.
De Raad oordeelde echter dat de eerdere besluiten van 1994 en 1995 die de uitkering met terugwerkende kracht verhoogden, niet zonder meer konden worden teruggedraaid zonder inbreuk op het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit voor zover het de uitkering per 1 januari 1985 en 1 januari 1989 betrof en bepaalde dat appellant recht heeft op een uitkering van 35-45% vanaf 1985 en 45-55% vanaf 1989.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant. Hiermee werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard en werd de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en appellant krijgt recht op een WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1985 en 1 januari 1989.