ECLI:NL:CRVB:2003:AF5539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inkomensbegrip en inkomensgrens bij aanvraag vervoersvoorziening Wvg
Het College van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam stelde zich op het standpunt dat het bruto-inkomen, verminderd met bepaalde posten, bepalend is voor de inkomensgrens bij de aanvraag van een vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).
De rechtbank Dordrecht had het beroep van de ouders van de gehandicapte gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarbij zij een ander inkomensbegrip hanteerde. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bruto-inkomensbegrip zoals opgenomen in artikel 1.1 sub b van de Verordening juist is toegepast door het college en dat de rechtbank ten onrechte is uitgegaan van een verkeerd norminkomen. De Raad bevestigt dat de inkomensgrens van anderhalf maal het norminkomen correct is vastgesteld en dat de aanvragers daardoor niet in aanmerking komen voor de vervoersvoorziening.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak vernietigd.