ECLI:NL:CRVB:2003:AF6065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-uitkering na verhuizing naar Bonaire
Appellant, geboren in 1932 en voormalig inwoner van Nederland, verhuisde in 1991 met zijn echtgenote naar Bonaire. Na een VUT-uitkering vroeg hij in 1997 een AOW-ouderdomspensioen aan. De Sociale verzekeringsbank kende hem een pensioen toe van 70% van het gehuwdenpensioen, omdat hij sinds zijn verhuizing niet meer verzekerd zou zijn volgens de AOW.
Appellant voerde aan dat hij op grond van artikel 8 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB 164) verzekerd bleef, mede vanwege de gezondheidsomstandigheden van zijn echtgenote die de verhuizing noodzakelijk maakten. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat een VUT-uitkering geen sociale verzekeringsuitkering is en dat appellant niet voldeed aan de woonplaatsvereiste in Nederland voor overgangsvoordelen.
De Raad benadrukte dat de dwingendrechtelijke bepalingen van de AOW niet door persoonlijke omstandigheden kunnen worden genegeerd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant niet verzekerd bleef voor de AOW na verhuizing naar Bonaire.