ECLI:NL:CRVB:2003:AF6338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand volgens verschillende normen afhankelijk van haar woonsituatie. Na onderzoek stelde de gemeente Groningen vast dat zij vanaf 1 juli 1996 weer een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner zonder dit te melden, terwijl haar partner voldoende middelen had om bij te dragen in de kosten. Hierdoor werd haar uitkering herzien en werd een bedrag aan te veel betaalde bijstand teruggevorderd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet correct was uitgenodigd voor de rechtbankzitting en dat haar verzoek om getuigen te horen ten onrechte was afgewezen. De Raad oordeelde echter dat de uitnodiging tijdig en rechtsgeldig was, ondanks een administratieve fout, en dat het horen van getuigen een bevoegdheid is van de bezwarencommissie die niet onjuist was uitgeoefend.
De Raad bevestigde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door de hervatte gezamenlijke huishouding niet te melden, waardoor de herziening en terugvordering terecht waren. Er waren geen dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.