ECLI:NL:CRVB:2003:AF6405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperking kennisneming stukken in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een geschil tussen appellant en de Sociale verzekeringsbank. Gedaagde heeft bij het geding stukken overgelegd waarvan zij verzocht dat alleen de rechtbank kennis zou mogen nemen, op grond van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokken rapporteurs.
De rechtbank had eerder besloten dat beperking van kennisneming gerechtvaardigd was voor bepaalde stukken. In hoger beroep heeft gedaagde dit verzoek grotendeels laten varen, behoudens een logo op twee bladzijden. De Raad beoordeelt of deze beperking in hoger beroep nog steeds gerechtvaardigd is.
De Raad stelt vast dat de enkele stelling dat betrokkenen gevaar kunnen lopen onvoldoende is. Er moet concreet aannemelijk worden gemaakt dat er daadwerkelijk gevaar bestaat. Gedaagde heeft dit onvoldoende gedaan. Daarom is het verzoek tot beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd.
De stukken worden alsnog aan het dossier toegevoegd en volledig aan appellant toegezonden. De behandeling van het hoger beroep wordt voortgezet door een andere kamer.
Uitkomst: Verzoek tot beperking van kennisneming van stukken in hoger beroep wordt afgewezen.