ECLI:NL:CRVB:2003:AF6426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks bezwaar tegen interingsnorm en herinrichtingskosten
Appellante ontving vanaf 1 maart 1999 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Het College van burgemeester en wethouders van Veendam vorderde bij besluit van 22 juni 1999 een bedrag van f 7.489,- terug over de periode 1 maart tot 1 augustus 1999, omdat appellante beschikte over een vermogen van f 41.500,- uit een boedelscheiding. Dit bedrag werd bij besluit van 10 december 1999 herzien tot f 2.794,26. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de interingsnorm, die inhoudt dat op het vermogen wordt ingeteerd met anderhalf maal de bijstandsnorm per maand, toegepast had moeten worden bij de terugvordering. Tevens voerde zij aan dat geen rekening was gehouden met extra herinrichtingskosten door gezondheidsklachten van haar kind. De Raad oordeelde dat de interingsnorm alleen relevant is bij beoordeling van het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voorafgaand aan de aanvraag, wat hier niet aan de orde was. Daarom was het terecht dat deze norm niet werd toegepast.
Daarnaast vond de Raad dat het College terecht geen rekening hield met de gestelde extra herinrichtingskosten, omdat in de hernieuwde vaststelling van het vermogen al een vrijlatingsbedrag van f 9.311,- voor herinrichting was opgenomen en appellante niet had aangetoond dat zij extra kosten had gemaakt. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand zonder toepassing van de interingsnorm en zonder rekening te houden met extra herinrichtingskosten.