ECLI:NL:CRVB:2003:AF6427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over loonheffing en premieafdracht bij sportvereniging kantine- en spelersvergoedingen
De zaak betreft een hoger beroep van een sportvereniging tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) inzake de loonheffing en premieafdracht over vergoedingen aan kantinevrijwilligers, selectiespelers van het eerste team en de hoofdtrainer over de jaren 1992-1996.
Na een onderzoek door de Belastingdienst, FIOD en opsporingsdienst Cadans werd vastgesteld dat de vergoedingen voor kantinebeheer, reis- en maaltijdkosten van de hoofdtrainer en bonusvergoedingen aan selectiespelers als loon moeten worden beschouwd. De vereniging voerde onder meer verweer op basis van het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, en stelde dat een deel van de vergoedingen onkosten waren.
De Raad oordeelde dat de aftrek voor vrijwilligerskosten redelijk was vastgesteld op circa ƒ7.000 netto per jaar en dat extra forfaitaire vergoedingen voor de hoofdtrainer niet dubbel mochten worden toegekend. Bonusvergoedingen aan spelers werden gezien als beloning voor arbeid en niet als onkosten. Het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel werden niet geschonden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat de vergoedingen aan kantinevrijwilligers, selectiespelers en hoofdtrainer als loon gelden en premies verschuldigd zijn.