ECLI:NL:CRVB:2003:AF6672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsrecht AAW bij tijdelijk buitenlands werk en onderbreking
Appellant was werkzaam als stuurman/kapitein op een onder Panamese vlag varend jacht en had onbetaald verlof genomen waarna hij niet meer terugkeerde naar zijn werk. Hij diende een aanvraag in voor een AAW-uitkering die werd geweigerd omdat hij volgens het bestuursorgaan niet verzekerd was op grond van artikel 10 KB Pro 164 vanwege langdurige werkzaamheden buiten Nederland.
De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar in hoger beroep stelde de Raad vast dat appellant op het moment van arbeidsongeschiktheid wel degelijk ingezetene van Nederland was en dat de onderbreking van het werk niet als een tijdelijke onderbreking in de zin van artikel 10, lid 2 KB 164 kon worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de weigering van de AAW-uitkering onterecht was en vernietigde het bestreden besluit. Het bestuursorgaan werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd het betaalde recht terugbetaald aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van een AAW-uitkering wordt vernietigd en het bestuursorgaan dient een nieuw besluit te nemen.