ECLI:NL:CRVB:2003:AF7889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid Franse regeling voor arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van Verordening 1408/71
Appellant, die sinds 1987 in Frankrijk woont en daar een landbouwbedrijf runde, vroeg in 1992 een AAW-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant volgens de regelgeving onder de Franse sociale zekerheidswetgeving viel, gelet op het tijdstip van arbeidsongeschiktheid en de toepasselijke Europese Verordening 1408/71.
De rechtbank Utrecht vernietigde aanvankelijk het besluit van het UWV, stellende dat het UWV onbevoegd was om over de arbeidsongeschiktheid van appellant te oordelen, omdat hij onder de Franse regeling viel. Het UWV verklaarde zich daarop onbevoegd en wees het bezwaar van appellant af. De rechtbank bevestigde deze beslissing later.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de Franse regeling aanzienlijk minder gunstig was dan de Nederlandse AAW-regeling, waardoor het UWV zich niet op onbevoegdheid mocht beroepen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de Europese Verordening 1408/71 duidelijk bepaalt dat het orgaan van de lidstaat waar de arbeidsongeschiktheid is ontstaan bevoegd is, ongeacht verschillen in uitkeringshoogte. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.