ECLI:NL:CRVB:2003:AF7890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late betaling griffierecht bevestigd
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar het hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Opposant kwam hiertegen in verzet, maar de Raad oordeelde dat het griffierecht pas na de uiterste betaaldatum was ontvangen en dat dit niet tot een ander oordeel leidde. De Raad benadrukte dat de dag van verzending van de brief bepalend is voor het aanvangsmoment van de termijn en dat dit op correcte wijze was toegepast.
Verder stelde de Raad dat deze regeling niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, omdat de niet-ontvankelijkverklaring alleen kan worden uitgesproken als de overschrijding aan de indiener te wijten is. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.