ECLI:NL:CRVB:2003:AF8431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluiten UWV inzake maatmaninkomen en korting arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1978, verrichtte na toekenning van zijn uitkeringen diverse arbeid via uitzendbureaus. Het UWV stelde op basis van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) het maatmaninkomen vast en paste daarop de kortingsregeling toe, waarbij inkomsten uit arbeid tot korting van de uitkering leidden.
De rechtbank had eerder enkele besluiten vernietigd wegens onjuiste berekening van het maatmaninkomen, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt nu de latere besluiten waarin het maatmaninkomen correct werd vastgesteld op basis van de combinatie van twee dienstbetrekkingen, waarbij een derde functie als excessief werd beoordeeld. Tevens oordeelt de Raad dat appellant zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen, waardoor onverschuldigde betalingen konden worden teruggevorderd.
Verder werd de weigering van ziekengeld per 7 juni 1999 bevestigd, omdat appellant reeds bij aanvang van de Ziektewetverzekering ongeschikt was tot arbeid. De Raad acht de besluiten in overeenstemming met de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de besluiten van het UWV worden bevestigd.