ECLI:NL:CRVB:2003:AF8435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over berekening wettelijke rente en premie-inhouding bij WAO-uitkering
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een gedaagde over de terugbetaling van ingehouden ziekenfondspremies en de berekening van wettelijke rente.
De zaak ontstond nadat de WAO-uitkering van gedaagde was ingetrokken en later hersteld, waarbij het UWV premies inhoudt over de nabetalingen. Gedaagde had zich in de tussentijd particulier verzekerd en vorderde vergoeding van het verschil tussen de betaalde premie en de restitutie van de verzekeraar.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering over de berekening van wettelijke rente en de toerekening van betalingen. Het UWV stelde een nieuw besluit vast, maar ook dit werd door de Centrale Raad van Beroep vernietigd.
De Raad oordeelde dat de nominale premie ingevolge de Ziekenfondswet buiten beschouwing moet blijven bij de renteberekening en dat de wettelijke rente correct berekend moet worden volgens artikel 6:119 BW Pro. Ook werd vastgesteld dat de nabetalingen niet primair rente betroffen, maar hoofdsom. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.