ECLI:NL:CRVB:2003:AF8466
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak inzake WAO-uitkeringsrecht na ontvankelijkheidskwestie
Appellant betwistte het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om niet terug te komen op eerdere beslissingen over zijn WAO-uitkering. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Appellant stelde dat eerst bezwaar gemaakt had moeten worden bij gedaagde, maar de brief werd door de rechtbank als bezwaarschrift aangemerkt en niet als beroepschrift.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van appellant, ondanks dat deze aan gedaagde was gericht en geen inhoudelijke grieven bevatte, wel degelijk als een tijdig ingediend beroepschrift moest worden beschouwd. Dit omdat de bezwaarschriftprocedure nog niet van toepassing was op WAO-besluiten volgens de overgangs- en slotbepalingen van de Awb.
De Raad stelde vast dat de rechtbank hiermee in strijd had gehandeld met de Awb en het recht op een eerlijke procedure zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. Daarom werd het appelverbod buiten toepassing gelaten, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd bepaald dat gedaagde het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling; het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard.