ECLI:NL:CRVB:2003:AF8929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-dagloon na meer dan 20 jaar wegens foutieve vaststelling
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 1978, betwistte de herziening van zijn WAO-dagloon die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) was vastgesteld. Het UWV had het dagloon oorspronkelijk te hoog vastgesteld omdat niet was gecorrigeerd voor deeltijdarbeid in meerdere beroepen. Na bezwaar en beroep stelde het UWV het dagloon per 4 juli 1979 vast op een lager bedrag, gecorrigeerd en geïndexeerd tot 1 december 1997.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van artikel 36a, eerste lid, WAO bevoegd en gehouden was het besluit tot toekenning van de uitkering te herzien, ook na een periode van meer dan 20 jaar, omdat het oorspronkelijke dagloon onjuist was vastgesteld.
De Raad bevestigde dat de berekeningsmethode van het dagloon, waarbij rekening werd gehouden met het aantal gewerkte dagen per beroep en het dervingsbeginsel, correct was toegepast. De Raad verwierp het verweer dat de wijziging niet mogelijk was zonder nieuwe feiten en dat het bestuursorgaan zich niet aan de beginselen van behoorlijk bestuur had gehouden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het herzieningsbesluit van het UWV tot correctie van het WAO-dagloon.