ECLI:NL:CRVB:2003:AF9017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Kosten van rechtskundige bijstand niet te rekenen tot kosten van uitvoering Wet sociale werkvoorziening
Het geschil betreft de vraag of kosten van rechtskundige bijstand, gemaakt door het Werkvoorzieningschap Brabant-Noordoost in verband met een geschil over vergoedingen voor het uitlenen van werknemers, als kosten van uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) kunnen worden aangemerkt en daarmee vergoed kunnen worden uit het rijksbudget.
De appellant had deze advocaatkosten van f 35.947,- in de exploitatierekening verwerkt, maar de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees deze kosten af als kosten van beheer en bestuur, die niet voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het Besluit lasten sociale werkvoorziening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat alleen kosten die direct samenhangen met de aanwijzing en uitvoering van werkverbanden en werkobjecten onder de WSW vallen. Kosten die voortvloeien uit bestuurlijk overleg of geschillen over rijkssubsidies, zoals de advocaatkosten in deze zaak, behoren niet tot de exploitatierekening van het werkverband en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de subsidieregeling en de aard van kosten die als uitvoeringskosten van de WSW kunnen worden beschouwd.
Uitkomst: De advocaatkosten worden niet als kosten van uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening aangemerkt en komen niet voor vergoeding in aanmerking.